Een door media
overspoelde wereld
Van nationaal naar internationaal beleid1. Stimuleren van concurrentie
Met de opkomst van internationale communicatienetwerken, zoals Internet, wordt
regelgeving door een of meerdere belanghebbenden weerstaan. Dit geldt echter niet voor de
hele communicatieen mediasector. Het samenvallen van aaneengekoppelde technologieën en
het positioneren van binnenlandse marktleiders in het buitenland heeft de internationale
concentratie van eigenaars bevorderd. De afgelopen tien jaar heeft in iedere sector een
ongekend aantal samenwerkingsovereenkomsten, fusies en overnames plaatsgevonden.
Leveranciers van consumentenelektronica, mediaproducenten, televisiemakers,
kabelmaatschappijen, uitgeverijen, computeren telecommunicatiebedrijven: ze vechten
allemaal om een positie op de wereldmarkt. Producenten zijn er zelf de oorzaak van dat
verschillen tussen informatie en amusement, software en hardware, product en distributie
beginnen te vervagen.
Nieuwe samenwerkingsverbanden worden aangegaan tussen programma-eigenaars en eigenaars
van de infrastructuur. In mei 1995 bijvoorbeeld kondigde MCI, een Amerikaans
internationaal telecommunicatiebedrijf, een investering aan van 2 miljard dollar in Rupert
Murdoch"s News Corporation. Hiermee werden de hardwareglasvezelbekabeling en de
software-programmatuur samengebracht. Een gigantisch pakket films,
televisieprogramma"s, publicatieen multimediamiddelen wordt voortaan verspreid door
een glasvezeltelecommunicatienet met toegang tot Internet. De afspraak van Time Warner om
Turner Broadcasting System te kopen voor 7,5 miljard dollar werd aangekondigd als de
vorming van "s werelds grootste mediaconcern. De fusie van Capital Cities/ABC met het
Disney-imperium, ter waarde van 19 miljard dollar, zal volgens Michael Eisner, voorzitter
van de raad van bestuur van Disney, "het grootste amusementsbedrijf ter wereld voor
de komende eeuw" tot stand brengen. Er wordt veel gesproken over giganten die
synergie zoeken. Hierdoor lijkt AT&T tegelijkertijd kleiner te worden. Maar het gevolg
voor de werkgelegenheid is hetzelfde: vermindering van het aantal banen en mislukte
carrières. Terwijl de doelmatigheid op mondiaal niveau toeneemt, hebben gemeenschappen
onder deze ontwikkelingen te lijden. Steden raken hun hoofdkantoren van grote
ondernemingen kwijt en zakenlieden die hun maatschappelijke verantwoordelijkheid serieus
nemen worden vervangen door tijdelijke managers.
Hoe kan de wereld, geconfronteerd met zo"n indrukwekkende macht, de zaak in
evenwicht houden? Deze gedachte leidt alom tot bezorgdheid. Steeds vaker roepen
deskundigen om een tegenwicht van de kant van de overheid en de burgers.
Op dit moment bestaat er echter weinig internationaal beleid om dit te bevorderen. Er
is zelden sprake van structurele samenwerking tussen nationale beleidsmakers en degenen
die verantwoordelijk zijn voor regulering. Verschillende instanties van de Verenigde
Naties hebben enige invloed op het functioneren van de internationale mediawereld, maar
deze is op het gebied van concurrentiebevordering zeer beperkt. De Internationale
Telecommunicatie Unie (ITU) houdt zich hoofdzakelijk bezig met de harmonisatie van
technische telecommunicatienormen, de toewijzing van radiofrequenties en het verschaffen
van een zekere mate van assistentie. De UNESCO is een belangrijk forum waar de culturele
en sociale aspecten van communicatieen informatiemiddelen kunnen worden besproken. Door
middel van projecten stimuleert de UNESCO tevens op actieve wijze het vrije
informatieverkeer op elk niveau, persvrijheid en onafhankelijke en pluralistische
mediavormen. De Wereld Handels-Organisatie (WTO) heeft een beperkt mandaat met betrekking
tot de basistelecommunicatiediensten en houdt zich niet met culturele kwesties bezig.
De Commissie vraagt zich in dit verband af of wellicht een stelsel van gecoördineerde
regelgeving en een mogelijk internationaal concurrentiebeleid moeten worden overwogen. Het
kan ook nodig zijn om een of andere vorm van internationaal omroepbeleid vast te stellen
voor satellietuitzendingen en andere mediagebonden diensten. De meeste landen kennen al
onafhankelijke instanties die toezicht houden op binnenlandse telecommunicatieen
omroepactiviteiten. Zou een soortgelijk lichaam ook op mondiaal niveau mogelijk zijn?
Net zoals de regelgeving voor een nationale infrastructuur op technologisch gebied moet
worden aangepast om de nieuwe mogelijkheden op mondiaal niveau te kunnen reguleren, zo
zouden ook, vanuit een ruimere sociale en culturele invalshoek, consequente spelregels
moeten worden opgesteld voor alle delen van de wereld. Dit betekent dat kwesties als
liberalisering, internationale afstemming, mondiale uitzending, tarieven en onderlinge
verbindingen allemaal moeten worden bestudeerd, waarbij de eis tot capaciteitsverhoging
van de menselijke ontwikkeling steeds dient mee te spelen.
In de wereld van vandaag "heerst een hoge mate van overeenstemming over het
gemeenschappelijke belang om een stelsel te creëren dat het bedrijfsleven ondersteunt,
maar misbruik tegengaat". Hiervan uitgaande heeft de Wereldcommissie voor Mondiaal
Bestuur voorgesteld dat de Wereld Handels-Organisatie (WTO) gaat onderhandelen over een
internationale "code van goed gedrag" met betrekking tot buitenlandse
investeringen. Ook zou de WTO transnationale ondernemingen moeten erkennen die de
basisbeginselen van goed gedrag aanvaarden, zoals opgenomen in de code. De Commissie is
zich ervan bewust dat de meeste transnationale ondernemingen over
verantwoordelijkheidsbesef beschikken en dat ze duidelijke mondiale afspraken, waarin hun
eigendomsrechten en bepaalde andere rechten worden erkend, zullen verwelkomen. Een
gelijksoortige regelgeving voor de bevordering van mediaconcurrentie lijkt voor de hand te
liggen.
Omdat zulke ideeën zorgvuldig moeten worden overwogen, stelt de Commissie in haar
Internationale Agenda een haalbaarheidsstudie voor. Om de mondiale mediamarkt beter te
laten functioneren, zouden sommige stappen onmiddellijk moeten worden genomen. Een eerste
stap zou kunnen zijn dat landen onderling vaststellen hoe ze hun eigen bestaande methoden
voor concurrentiebevordering op elkaar af kunnen stemmen. Zulke vragen zijn al aan de orde
gekomen op ad hoc-vergaderingen van nationale regelgevende instanties van landen als
Australië, Canada, Frankrijk, Japan, Nieuw-Zeeland en Groot-Brittannië. De deelnemers
toonden echter vooral interesse in de toepassing van de lessen uit buitenlandse ervaringen
in hun eigen land. Deskundigen op het gebied van nationale concurrentiebevordering moeten
nu dringend samenwerken om deze ook op internationaal niveau te bevorderen. |