Fotografie,
ontwikkeling en de kracht van cultuur
Cultuur stroomt als een grote rivier door
het bewustzijn van mensen. Deze stroom overspoelt
de oevers, bouwt slib op en laat hiervan
resten achter, meandert langs paden van
de minste weerstand, verlegt zijn route,
droogt op, overspoelt opnieuw de oevers
en blijft voor altijd stromen. Steeds opnieuw
worden eilanden gevormd en weggespoeld.
Gebieden waar de rivier niet komt, raken
achter. Cultuur voedt en vernietigt. Ideeën
fladderen met de wind mee en laten zich
meevoeren op stromingen en tegenstromingen.
Trends veranderen doorlopend en volgen voornamelijk
de beweging van de dominante cultuur. Slechts
enkelen zwemmen tegen deze stroom in, terwijl
anderen in hoefijzermeertjes verzeild raken,
geïsoleerd van de hoofdrivier.
Fotografie is meer dan enig ander medium
of enige andere kunstvorm van invloed geweest
op cultuur. Meer dan andere kunstvormen
hebben foto’s een dubbele rol: het
tonen van de waarheid en overbrengen van
hartstocht. De irrelevante discussie of
fotografie kunst is, heeft het debat afgeleid
van de belangrijkere vraag of de fotografie
de geschiedschrijving kan staven en een
krachtige, emotionele respons kan verschaffen
waarmee de publieke opinie wordt beïnvloed.
De recente discussies en angsten zijn gebaseerd
op de mogelijkheid om beelden te manipuleren
met de computer. Deze gevoelens hangen samen
met het besef dat de meeste foto’s
worden vervaardigd door de fotoindustrie.
Een branche die in toenemende mate wordt
gedomineerd door ondernemingen. De impliciete
waarheidsgetrouwheid van het stilstaande
beeld en het duidelijke vermogen de waarheid
te vertegenwoordigen, is een dekmantel voor
de alomtegenwoordige en minder waarneembare
manipulatie die mogelijk wordt gemaakt door
het ingenomen fotografische en redactionele
standpunt. Niet alleen kunnen we niet langer
geloven dat foto's nooit liegen, we kampen
ook nog met het probleem dat leugenaars
hun eigen televisiekanalen en kranten kunnen
hebben en leiders van een land kunnen zijn.
Gezien de enorme visuele reikwijdte van
de nieuwe technologie zijn de mogelijkheden
voor leugenaars veel groter dan ooit tevoren.
Fotografie is het krachtigste hulpmiddel
geworden voor het fabriceren van consensus.
Het moet nog blijken of fotografen een grotere
rol kunnen spelen dan die van radertjes
in een propagandamachine en of zij de stem
kunnen worden van de stemlozen.
De
komst van de fotografie loopt gelijk op
met de wens van kolonisators om de wereld
te overheersen. De kolonisators maakten
uitgebreid gebruik van foto’s om deze
nieuwe wereldorde te verstevigen. De kolonisatie
van onze visuele ruimte is sindsdien samengevat
in twee woorden: Ontwikkeling en Beschaving,
terwijl het nieuwe woord Globalisering vecht
om een plaatsje in dezelfde rang. Fotografie
is met name van belang voor dit begrip,
aangezien de fotografie een steeds grotere
invloed krijgt door de omvang van de globalisering.
Als consumenten van beelden worden we de
menselijke dragers van cultuur en worden
we onvermijdelijk gevormd door degenen die
de wereld van de beelden beheersen.
Zwartwitfoto’s genomen met een groothoeklens,
grofkorrelig en met harde contrasten zijn
kenmerkend voor foto’s van de meeste
hulpeloze slachtoffers in de wereld. Grote
aanplakborden met een stervend, ondervoed
kind in een hoek met uitgestrekte armen.
De heldere mededeling in ronde, vette letters
in de linkerbovenhoek is slim nietszeggend
gehouden. De mededeling luidt "We zullen
er altijd zijn". Een realiteit die
is geconstrueerd voor en door degenen die
ons de gevolgen willen doen vergeten. Dat
"u (de meerderheid van de wereld) er
altijd zal zijn".
Aan
de andere kant zijn het Oosten en zijn misère
altijd geromantiseerd. Het is vergelijkbaar
met Algerijnse ansichtkaarten. Hierbij hoefden
alleen de onderschriften van foto’s
met hetzelfde fotomodel maar te worden vervangen.
Ze was toch al wat de buitenstaander wilde
dat ze was. Sensueel, exotisch, ingetogen,
verleidelijk, maar bovenal was ze daar als
stilleven, klaar om te worden geconsumeerd.
Zoals het meeste van de Oriënt.
Fotografen in het grootste deel van de
wereld, en vooral die in Drik en Pathshala
hebben gebruikgemaakt van hetzelfde medium
om dit proces op zijn kop te zetten. Ze
laten "Het plezier van het leven"
zien van mensen die door materialistische
ogen gezien geen plezier zouden kunnen beleven.
De fotografen keken naar water als een bron
van leven en niet als een bron van overstromingen
en rampen. Ze brengen eerbetoon aan het
werk van de handwerksman en genieten van
de muziek van de Bauls. Via foto’s
hebben ze zich hun culturele erfgoed opnieuw
toegeëigend.
Shahidul Alam, Drik, 18 Juli 2002
|